De 14 EU-Allergenen
Verplicht te vermelden op alle verpakkingen in de EU (Verordening 1169/2011)
Sinds december 2014 verplicht EU-verordening nr. 1169/2011 (ook wel de EU-voedselinformatieverordening of FIC-verordening) alle levensmiddelenproducenten in de Europese Unie om veertien specifieke allergenen duidelijk te vermelden op de verpakking van voorverpakte producten. Deze wetgeving is bedoeld om consumenten met een voedselallergie of -intolerantie te beschermen en hen te helpen weloverwogen keuzes te maken.
De veertien allergenen moeten niet alleen worden opgenomen in de ingrediëntenlijst, maar ook visueel worden benadrukt. Dit houdt in dat de naam van het allergeen vetgedrukt, cursief of in een andere kleur moet worden weergegeven, zodat het direct opvalt ten opzichte van de overige tekst. Wanneer een ingrediënt een afkorting of chemische aanduiding heeft — zoals E322 voor sojalecithine — moet ook dan de allergene herkomst duidelijk worden vermeld.
De verordening geldt voor voorverpakte levensmiddelen die in de EU in de handel worden gebracht. Voor niet-voorverpakte producten, zoals maaltijden in restaurants en cafetaria's, gelden aanvullende nationale regels op basis van dezelfde verordening. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is verantwoordelijk voor de handhaving in Nederland.
De 14 verplichte allergenen
1. Gluten (granen die gluten bevatten)
Gluten is een verzamelnaam voor eiwitten die van nature voorkomen in bepaalde graansoorten. De verordening verplicht vermelding bij tarwe, rogge, gerst, haver, spelt en kamut, inclusief alle gekruiste variëteiten van deze granen. De verplichting geldt ook voor dérivaten van deze granen, zoals zetmeel, mout, bloem en zemelen, tenzij het product zo ver is gezuiverd dat het gluten niet meer detecteerbaar is.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 1 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Producten met minder dan 20 mg/kg gluten mogen als "glutenvrij" worden aangeduid (Verordening (EG) nr. 41/2009).
2. Schaaldieren en producten daarvan
Schaaldieren vormen een veelvoorkomende oorzaak van ernstige allergische reacties. De allergie wordt veroorzaakt door het eiwit tropomyosine, dat ook na verhitting allergeen blijft. Alle soorten schaaldieren vallen onder de verplichting, inclusief producten die schaaldieren als ingrediënt bevatten. Surimi wordt vaak gemaakt van witvis maar kan schaaldierenextract bevatten als smaakstof.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 2 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Geldt niet voor weekdieren (nr. 14), die een aparte categorie vormen.
3. Eieren en producten daarvan
Eiwitallergieën komen met name voor bij jonge kinderen, maar de meeste kinderen groeien er overheen. De allergie betreft vrijwel altijd het eiwit in kippeneieren. Zowel het eiwit als het eigeel kan een reactie veroorzaken. Eieren worden op grote schaal gebruikt als bindmiddel, emulgator en rijsmiddel in verwerkte producten, en zijn daardoor lastig te vermijden zonder grondige etiketcontrole.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 3 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Lysozym (E1105), gewonnen uit kippeneieren, valt ook onder deze verplichting.
4. Vis en producten daarvan
Visallergieën zijn levenslang en kunnen bij kleine hoeveelheden al ernstige reacties veroorzaken. De allergie geldt voor vrijwel alle vissoorten, inclusief zoetwater- en zeevis. Opgelet: vissaus, ansjovis en worcestershiresaus bevatten vis als ingrediënt en moeten worden vermeld. Ook isinglass (vislijm), dat bij het klaren van bier en wijn wordt gebruikt, valt onder de vermeldingsplicht.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 4 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Uitzondering: viskits (isinglass/visgelatine) die voor het klaren van bier of wijn zijn gebruikt en niet meer aanwezig zijn in het eindproduct.
5. Pinda's en producten daarvan
Pinda's zijn botanisch gezien peulvruchten en geen echte boomnootten, maar ze veroorzaken dezelfde type ernstige allergische reacties. Een pinda-allergie verdwijnt meestal niet met de leeftijd en kan bij zeer kleine hoeveelheden al leiden tot anafylaxie. Pinda-allergici reageren niet automatisch ook op boomnootten, maar kruisreactiviteit is mogelijk. Pinda-olie (arachideolie) hoeft alleen vermeld te worden als het niet sterk gezuiverd is.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 5 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Sterk geraffineerde pinda-olie is vrijgesteld als is aangetoond dat het geen allergene eiwitten meer bevat.
6. Soja en producten daarvan
Soja-allergie treft met name zuigelingen en jonge kinderen die worden gevoed met sojamelk als alternatief voor koemelk. De meeste kinderen groeien er overheen. Soja is een veelgebruikt ingrediënt in verwerkte voedingsmiddelen als vulmiddel en eiwitbron. E322 (lecithine) kan uit soja worden gewonnen — dit moet worden vermeld als "sojalecithine" tenzij het zo sterk gezuiverd is dat het geen soja-eiwitten meer bevat.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 6 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Volledig geraffineerde soja-olie en -vet, evenals van soja afkomstige tocoferolen (E306–E309) en fytosterolen, zijn vrijgesteld.
7. Melk en producten daarvan (inclusief lactose)
Melkallergie (reactie op melkeiwitten zoals caseïne en wei) verschilt van lactose-intolerantie (onvermogen om het suiker lactose te verteren). Beide vallen echter onder de vermeldingsplicht. Melkproducten zijn in talloze verwerkte voedingsmiddelen aanwezig, ook in producten waar men het niet verwacht, zoals chips, vleeswaren en sommige margarines. Lactitol (E966), gemaakt uit lactose, valt ook onder de verplichting.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 7 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Uitzondering: wei die voor de productie van gedistilleerde alcoholen is gebruikt en waarbij de lactose volledig is vergist.
8. Noten (boomnootten)
De EU-verordening specificeert acht boomnootten die afzonderlijk moeten worden vermeld: amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamianoten. Een allergie voor één noot betekent niet automatisch een allergie voor alle noten, hoewel kruisreactiviteit voorkomt. Noten worden ook verwerkt tot oliën, meel en pasta's die eveneens allergeen zijn, tenzij sterk gezuiverd.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 8 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Sterk geraffineerde notenoliën zijn vrijgesteld mits is aangetoond dat ze geen allergene eiwitten bevatten.
9. Selderij en producten daarvan
Selderij-allergie is in Europa relatief vaker dan in Noord-Amerika en kan ernstige reacties veroorzaken, ook bij verhitting. Alle delen van de plant vallen onder de verplichting: knolselderij, bleekselderij, bladselderij en selderijzaad. Selderij-extract en -aroma worden breed gebruikt in soepkruiden, bouillonblokjes en kant-en-klaarmaaltijden. Selderijzout, gemaakt van gemalen selderijzaad, vereist eveneens vermelding.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 9 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Geldt voor alle vormen van selderij, inclusief aroma's en extracten.
10. Mosterd en producten daarvan
Mosterd-allergie kan ook ernstige reacties veroorzaken en is waarschijnlijk ondergerapporteerd omdat mosterd vaak als smaakmaker in kleine hoeveelheden wordt toegevoegd. Alle delen van de mosterdbplant vallen onder de verplichting: mosterdzaad, mosterdpoeder, mosterdolie, mosterdbladeren en mosterdkiemen. Mosterd is een verborgen ingrediënt in veel producten, waaronder curry, soepen, sauzen en saladdressings.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 10 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Geldt voor alle planten van het geslacht Brassica nigra, Sinapis alba en Brassica juncea.
11. Sesamzaad en producten daarvan
Sesam-allergie is in toenemende mate een probleem in Europa en kan anafylaxie veroorzaken. Sesamzaad en alle daarvan afgeleide producten vallen onder de vermeldingsplicht. Tahini (sesamzaadpasta) is het hoofdbestanddeel van hummus en wordt ook in andere Midden-Oosterse gerechten gebruikt. Sesamolie, ook in kleine hoeveelheden aanwezig in Aziatische gerechten, is eveneens allergeen.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 11 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Geldt ook voor sesamolie, tenzij aantoonbaar vrij van allergene eiwitten door sterke zuivering.
12. Zwaveldioxide en sulfieten (E220–E228)
Sulfieten zijn een groep conserveermiddelen die worden gebruikt om oxidatie en bacteriële groei te remmen. Ze kunnen bij gevoelige personen — met name astmapatiënten — ernstige reacties uitlokken, waaronder ademhalingsklachten. De vermeldingsplicht geldt alleen als de concentratie in het eindproduct meer dan 10 mg/kg of 10 mg/liter bedraagt, uitgedrukt als SO₂-equivalent. Wijn en bier zijn bekende bronnen.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 12 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. Drempelwaarde: meer dan 10 mg/kg of 10 mg/l in het eindproduct (als SO₂-equivalent). Omvat E220 (zwaveldioxide), E221 (natriumsulfiet), E222 (natriumwaterstofsulfiet), E223 (natriumdisulfiet), E224 (kaliumdisulfiet), E226 (calciumsulfiet), E227 (calciumbisulfiet) en E228 (kaliumbisulfiet).
13. Lupine en producten daarvan
Lupine is een peulvrucht die steeds vaker als glutenvrij alternatief voor tarwemeel wordt gebruikt. Lupinemeel heeft echter een eigen allergeen profiel en is zelf verplicht te vermelden. Er bestaat kruisreactiviteit met pinda's — mensen met een pinda-allergie hebben een verhoogd risico op een lupine-allergie. Lupine is aanwezig in sommige glutenvrije broodproducten, pasta's en vleesvervangers.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 13 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. In 2008 toegevoegd aan de lijst vanwege toenemend gebruik van lupinemeel als ingrediënt. Kruisreactiviteit met pinda (Arachis hypogaea) is aangetoond.
14. Weekdieren en producten daarvan
Weekdieren — ook wel mollusken genaamd — vormen een aparte categorie naast schaaldieren. De allergie wordt net als bij schaaldieren veroorzaakt door tropomyosine. Alle soorten weekdieren vallen onder de verplichting: tweekleppigen (mosselen, oesters, sint-jakobsschelpen), inktvissen (inktvis, octopus) en slakken (escargots). Ze zijn veel aanwezig in zeevruchtengerechten, paella en Aziatische keukens.
Voorbeeldingrediënten:
Wetgeving: Bijlage II, nr. 14 van Verordening (EU) nr. 1169/2011. In 2008 toegevoegd aan de lijst. Geldt voor de klassen Gastropoda, Bivalvia en Cephalopoda.
Veelgestelde vragen over allergenen
Op basis van Bijlage II van EU-verordening 1169/2011 zijn de volgende 14 allergenen verplicht te vermelden op verpakkingen: (1) gluten bevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, kamut), (2) schaaldieren, (3) eieren, (4) vis, (5) pinda's, (6) soja, (7) melk (inclusief lactose), (8) noten (amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten, macadamianoten), (9) selderij, (10) mosterd, (11) sesamzaad, (12) zwaveldioxide en sulfieten boven 10 mg/kg, (13) lupine en (14) weekdieren.
Nee. De vermelding "kan sporen bevatten van..." of "geproduceerd in een fabriek waar ook [allergen] wordt verwerkt" is een vrijwillige voorzorgsmaatregel van de fabrikant. Er bestaat geen wettelijke verplichting om mogelijke kruisbesmetting te vermelden. Alleen allergenen die daadwerkelijk als ingrediënt zijn toegevoegd, moeten verplicht worden vermeld. De sporenvermelding geeft consumenten extra informatie, maar biedt fabrikanten geen juridische vrijwaring.
Allergenen moeten worden opgenomen in de ingrediëntenlijst en visueel worden benadrukt ten opzichte van de overige tekst. Dit kan door middel van vetgedrukte letters, cursieve letters, onderstreping of een andere kleur. Als er geen ingrediëntenlijst aanwezig is — bijvoorbeeld bij producten met slechts één ingrediënt — moet worden aangegeven dat het product het allergen bevat. Bij niet-voorverpakte producten (zoals in restaurants en snackbars) gelden aanvullende regels: informatie moet mondeling of schriftelijk beschikbaar zijn.
Controleer E-nummers op allergenen
Gebruik onze gratis zoektool om direct op te zoeken welke allergenen een specifiek E-nummer bevat. Plak ook een volledige ingrediëntenlijst in onze scanner voor een volledig overzicht.
🔍 Ga naar de zoektool